Zoeken
  • Redactie

Coronaspondentie tussen Oemar (27) en Herman (72)

Bijgewerkt: een dag geleden

In deze rubriek gaan jong en oud 'coronaproof' met elkaar in gesprek. Wat beleven jongeren en ouderen in deze tijd? Wat houdt hen bezig? Wat beangstigt hen? En wat geeft hen zin? Een eerlijke briefwisseling tussen Oemar (27) en Herman (72) over het hoofd én hart.


NB: de briefwisseling wordt geplaatst in chronologische volgorde. Scroll naar beneden om de nieuwste brief te lezen

Beste Herman,

“Bezinnen kan het hele jaar door”, vertelde je mij laatst. Voor die les wil ik je bedanken. Om dit tot uiting te brengen zou ik graag in deze digitale brief een aantal reflecties met je willen delen. Je hebt gelijk, in de afgelopen weken zijn er al vele reflecties verschenen, maar ik ben benieuwd hoe je hier tegenaan kijkt. Kunnen we elkaar al vragend en discussiërend verder scherpen?


Ik mis vooral 'tussenruimten'

Momenteel mis ik vooral ‘tussenruimten’; momenten dat je onderweg bent en ongedwongen kunt wegdromen, kan reflecteren en tot creatieve ideeën komt. Of het enthousiasme na een inspiratievolle ontmoeting. Ik merk dat het actief zoeken naar zulke momenten lastiger is dan gedacht. De grens tussen werk en privé werd diffuus en hiermee vielen die tussenruimten weg. Herken je dat? Dat je bepaalde patronen moet leren loslaten en creativiteit op andere manieren moet zoeken?

Recentelijk stuurde een student een mail waarin zij vertelde dat ze ondanks de digitale afstand zich prettig voelde tijdens een reeks online werkgroepen. Zo’n bevestiging deed mij goed. Als promovendus is de combinatie van onderzoek en onderwijs soms pittig, zeker nu. Hoe gaan de studenten om met de gekozen leervormen? Voelen zij zich op hun gemak? Wanneer doe ik het goed? Ik heb geprobeerd om actuele voorbeelden te gebruiken en een ‘green zone’ in te richten. Je weet wel Herman, zo’n tussenruimte dat studenten eventjes na de officiële tijd nog wat vragen kunnen stellen en de actualiteit kunnen beschouwen. Welke bevestiging deed jou recentelijk goed?

Een hoop die ik graag met je deel is dat het goede gesprek tussen buurtgenoten, collega’s, vrienden en familie zal gaan over verwachtingen. Niet zozeer het ‘managen’ van verwachtingen, maar gewoon: verwachtingen. Wat is goed en wanneer is goed genoeg? Met sporadisch fysiek en digitaal contact kan het zoeken naar bevestiging verstrikt raken. Wat vind jij: is het tijd voor het herrijken van vastgeroeste en heersende verwachtingen in de maatschappij? Zo ja, welke?

Die tussenruimten, daar moeten we wat mee. Wat zijn jouw tussenruimten eigenlijk?


Een zorg die ik graag met je deel zijn de landelijke verkiezingen in Suriname volgende week. Hoewel een virusuitbraak gelukkig is uitgebleven, gaat het economisch (echt) niet voorspoedig.

Ik hoop van harte dat jong en oud(er) samen dromen kunnen delen over betere tijden. Gek he? Ik voel mij thuis in Rotterdam, maar krijg dat gevoel ook in Suriname. Precies, een soort tussenruimte, maar dan net wat meer. Het gevoel van thuis. Wat is voor jou ‘thuis’? Gorinchem?


Als kunstliefhebber rest mij nog een belangrijke slotvraag. Welk muziekalbum, film of verhaal heeft jou recentelijk geïnspireerd? Momenteel lees ik ‘Het beloofde land’ van Adriaan van Dis, maar moet ik mij ertoe zetten om verder te lezen. Ja, het zoeken naar tussenruimten inderdaad.

Hardop nadenkend zou ik deze brief samen kunnen vatten in de vraag: hoe ‘dans’ jij in de huidige situatie, Herman?

Ik wens je een inspiratievol Hemelvaartsweekend toe en kijk uit naar je kritische analyse op mijn reflecties.

Hartelijke groet,

Oemar

Beste Oemar,

Voordat ik aan een antwoord begin is het misschien goed voor de lezers van deze brieven om te weten, dat we van tevoren hebben afgesproken om elkaar te tutoyeren om, zoals je meldde, de onderlinge afstand niet te vergroten.

Onderlinge afstand is wel een punt voor mij. Ik merk dat ik er regelmatig moeite mee heb om de anderhalve meter te bewaren, zeker bij mensen die ik behoorlijk goed ken of waarmee ik het goed kan vinden. Ik heb dan snel de neiging om toch dichterbij te komen. Geen handen schudden of een knuffel geven ervaar ik als onnatuurlijk, maar ik houd me zo veel mogelijk wel aan die regel. Dus als je het hebt over patronen loslaten, dan is dat voor mij een heel herkenbaar patroon. Tegelijk merk ik, dat het op een bepaalde manier ook gemakkelijk is. Je hoeft er echt niet over na te denken of je iemand een hand of een knuffel of een zoen geeft: je doet het gewoon allemaal niet en dat is een onverwachte vorm van nivellering. Ik heb ook wel gemerkt, dat dat niet betekent, dat het contact met anderen minder of minder intens wordt.


Toen ik las hoeveel je moet doen, kreeg ik met je te doen

Je maakt een opmerking over de grens tussen privé en werk. Ik snap dat wel. Toen ik nog betaald werk deed, vond ik het niet prettig om thuis te werken. Voor mij betekende thuis ook een scheiding tussen werk en privé. Ik heb jarenlang een praktijk voor haptotherapie gehad naast mijn betaalde loondienstbaan.

Toen ik las hoeveel je online moet doen op het ogenblik, kreeg ik met je te doen. Fijn dat een studente het prettig vindt en een goed idee om een ‘green zone’ in te voegen. Dat geeft de mogelijkheid om nog even een privé-uitwisseling te hebben en je schept tussenruimte. Fijn dat dat in ieder geval voor jou goed werkt. Maar eerlijk gezegd vind ik het ook een vorm van behelpen, het kan nooit het directe contact vervangen.

Vandaag is het Hemelvaartsdag. Ik heb een Christelijke opvoeding gehad en ben nog steeds in het dorp Arkel (dat naast Gorinchem ligt) kerkelijk actief. Vanmorgen was er een inloopuur, want we houden in deze Coronatijd geen kerkdiensten. Er waren niet veel mensen, maar met elkaar hebben we een goed uur gehad en dat is voor mij een bevestiging, dat het goed is om de kerkdeuren open te zetten voor wie wil binnenkomen. Er zijn ook iedere zondag livestreamdiensten uit Haarlem-Noord. Het is mooi, dat dit virus zulke creatieve momenten oplevert.

Persoonlijk heb ik over tussenruimten niet te klagen, maar dat is het voordeel van gepensioneerd zijn. Er zijn nu veel tussenruimten. In eerste instantie zoveel, dat ik bijna niets meer deed en er ook geen zin in had. Dat verandert nu wel weer en af en toe komt er dus wel wat uit mijn handen, maar er is genoeg tijd voor ons om dagelijks te wandelen of een goed uur te fietsen. Onze conditie is dan ook prima en dat is mooi meegenomen.


Je brief nodigt uit tot antwoorden

Je noemt Suriname en dat maakt mij nieuwsgierig. Wil je iets meer vertellen over je achtergrond? Je voelt je thuis in Suriname, gelukkig ook in Rotterdam. Ik ben van geboorte Rotterdammer, na negen jaar verhuisd naar Utrecht en daar ben ik gebleven tot ik trouwde en naar Gorinchem verhuisde, waar ik nog steeds woon. Maar ik voel mij nog steeds thuis in Rotterdam en Utrecht, veel meer dan bijvoorbeeld in Amsterdam of Den Haag. Wonderlijk is dat toch. Hoe is dat bij jou? Oemar, ik merk, dat je brief echt uitnodigt tot antwoorden. Ik moest er wel eerst even goed over nadenken, maar al schrijvend komt er steeds meer boven. Ik ben dus benieuwd naar je afkomst. Zeggen ze in Suriname niet: wie zijn je vader en je moeder?

Ook je slotalinea maakt mij nieuwsgierig. Wij zijn liefhebber van klassieke muziek. We zouden in maart naar Magdeburg in Duitsland gaan in verband met de Telemannfesttage. Een festival dat één keer in de twee jaar wordt gehouden (Telemann is daar geboren). In juni gaan we al een aantal jaar naar Halle en Leipzig, omdat daar, elkaar enigszins overlappend) een Händelfestival en het jaarlijkse Bachfest worden georganiseerd. Fantastische muziekreizen dus, maar dit jaar helaas niet. We hadden alles al geboekt, maar het feest gaat niet door.

Sinds kort hebben we Netflix. Een prachtige serie is ‘Weissensee’ over een gezin in het voormalige Oost-Duitsland. Echt een aanrader! Een veel kortere serie is ‘Unorthodox’. Ik ben een langzame lezer, maar al een aantal jaar lid van een leesclub. Daardoor lees ik ook boeken, die anders mogelijk niet in handen zou krijgen. De titels van twee recent gelezen boeken wil ik je meegeven: ‘Een jongensleven’ van Stephen Fry en ‘Het gewicht van de woorden’ van Pascal Mercier. Ik ken de titel ven het boek van Adriaan van Dis, maar ik heb het niet gelezen. Ik lees nu een bundel interviews onder de titel ‘Wat is dan het goede’ van Stevo Akkerman.

Vraag voor jou Oemar: Wat voor invloed heeft het virus op jouw leven als student/promovendus? (En waar ga jij op promoveren?) Maar ook op sociaal en maatschappelijk gebied? En hoe zit het ook weer met jouw relatie met GENERO?

Je merkt, dat er steeds meer bovenkomt. Maar voor dit moment lijkt het me voldoende. Ben ik eigenlijk wel kritisch genoeg geweest of had je meer verwacht? Dat hoor ik dan graag.

Hartelijke groet,

Herman

Beste Herman,

Rotterdammer. Europeaan. Liefhebber van klassieke muziek. Netflix verkenner. Leuk om elkaar zo beter te leren kennen.

Onze briefwisseling creëert een tussenruimte en al schrijvend komen we tot inzichten om te delen. De kracht van taal is eigenlijk niet te onderschatten, zoals je boekentip ‘Het gewicht van de woorden’ van Pascal Mercier illustreert. Mooi hoe je in je reactie schrijft over creatieve momenten van interactie, hoewel dat nooit het directe contact kan vervangen. Herkenbaar; voor een groep enthousiaste studenten lesgeven op locatie is veel leuker dan digitaal.

In deze brief ben ik benieuwd naar je visie. Misschien een vervuild begrip anno 2020 en een beetje aan inflatie onderhevig. Zou je jezelf omschrijven als visionair? Zo ja, voor wat? Ik kom hier straks op terug.

Je advies om ‘Unorthodox’ te bekijken heb ik opgevolgd. Grappig, studenten benoemden de serie eveneens in de afgelopen weken als een ‘must see’. Samen met m’n vader bekijk ik het met interesse. Over thuis gesproken; wat dapper hoe Esther Shapiro haar omgeving in New York verlaat om in Berlijn een nieuw leven op te bouwen. Beide steden vind ik overigens fijn om in te wandelen en te ontdekken. Rotterdam, New York en Berlijn; wat zouden die steden met elkaar gemeenschappelijk hebben? De rauwheid, de pijn of toch de architectuur?


"De reis ergens naartoe is belangrijker dan de eindbestemming"

Gastvrijheid. Dat begrip heeft het zwaar te verduren in deze crisis. Mooi dat je vanuit je positie in Arkel de kerkdeuren openstelt voor de gemeenschap. Een fysieke tussenruimte voor reflectie, stilte en het uitwisselen van blikken van waardering. Na het lezen van je brief moest ik denken aan de uitspraak dat de reis ergens naar toe belangrijker is dan de eindbestemming. Waarom weet ik niet precies; maar misschien had het wel te maken dat ‘onderweg’ nu een andere betekenis heeft gekregen. Zouden daarom muziekreizen naar Magdeburg en Halle en Leipzig zo leuk zijn?

Terug naar de praktijk. Letterlijk jouw haptotherapie praktijk. Hoe was de omgang met cliënten? Ik kan mij voorstellen dat je veel persoonlijke verhalen hebt gehoord met existentiële vragen. Kon je dat gemakkelijk een plekje geven als je ‘onderweg’ naar huis ging of de deur van de praktijk-aan-huis dicht deed?


"Mag ik een irritatie met je delen?"

Leuk dat je naar mijn achtergrond vraagt. Een dubbelbloed: ouders met een verschillende afkomst. Mijn moeder is geboren in Nickerie, Suriname en mijn vader in Rijswijk. Zelf ben ik geboren in Helmond, maar gingen we als gezin rap naar Rotterdam. Dat voelt als thuis. Mochten jullie nog verlegen zijn voor een (stedelijke) fietsroute, dan is de wijk Oud-Charlois aan te raden, dichtbij de Rotterdamse haven. Rotterdam-Zuid heeft prachtige plekjes. Als ik een irritatie met je mag delen dan is het wel het stigma wat er heerst over Zuid. Ja, het is een gebied ‘in ontwikkeling’, maar zijn we dat niet allemaal? Het gewicht van de woorden.

De ‘dans’ met het virus als promovendus is verschillend. Enerzijds als onderzoeksobject (welke uitdagingen voor besturing in zorg zijn op te merken? Hoe krijgen – soms spontane – samenwerkingen gestalte?), en anderzijds natuurlijk persoonlijk (hoe vriendschappen te onderhouden? Hoe de omgang met m’n ouders en neefjes vorm te geven?). Bovendien is er onzekerheid wanneer projecten en bijeenkomsten weer een vervolg krijgen. Als promovendi delen we zorgen en die tussenruimte (hierna zal ik ophouden, beloofd) waardeer ik.

Voordat ik het vergeet: visie. Het veranderende samenspel tussen zorgorganisaties en professionals staat centraal in m’n proefschrift over ‘gedeeld besturen’. Hoe geven zij (samen) invulling aan de zorg de regio? Vandaar m’n slotvraag: hoe houden wij de zorg bestuurbaar? Heb je hier een visie op? Ja, een brede vraag, maar ik ben benieuwd.

Met Hanna zijn we inderdaad de invulling van Jong GENERO aan het verkennen. Binnenkort een volgende brainstormsessie. Zoals je eerder zei; niet om scheidslijnen tussen jong en oud te benadrukken, maar actief denkkracht te bundelen. Welk advies geef je ons mee?

Tot de volgende briefwisseling (nababbelen over de Surinaamse verkiezingen?) en een fijn week gewenst.

Hartelijke groet,

Oemar

Beste Oemar,

Laat ik beginnen met je een compliment te maken. Je lijkt met het grootste gemak zaken met elkaar te verbinden en onderwerpen aan te snijden en je schuwt daarbij niet om lastige vragen te stellen. Dat is echt niet iedereen gegeven en het feit dat je dat doet, waardeer ik echt.


"Het beantwoorden van je vragen is voor mij niet altijd makkelijk"

Dat gezegd hebbende realiseer ik mij ook, dat het beantwoorden van je vragen voor mij niet altijd gemakkelijk is. Ik ben niet echt heel associatief, dus valt het ook niet altijd mee voor mij om heldere antwoorden te geven. Soms helpt het om hierbij beelden te gebruiken.

Zoals je merkt, gebruikte ik nu even wat tussenruimte alvorens naar jou te reageren. Dat had deels een heel praktische en leuke reden: twee dagen in Zeeland met prachtig weer. De eerste dag gelogeerd bij vrienden uit Gorinchem, die daar in een vakantiehuis zitten voor twee weken en ons uitgenodigd hadden om langs te komen. Alles bijna helemaal volgens de huidige regels: zelfs twee badkamers en toiletten. Maar met wandelen en fietsen echt niet altijd anderhalve meter onderling; wel ten opzichte van andere mensen. En de tweede dag bezochten we onze jongste dochter met man en twee kinderen van 5 en 8 jaar. We hadden ze vanaf januari niet meer gezien. En onze dochter had Corona, dus we hebben expres een tijd gewacht. Maar het was nu dan ook extra fijn!

De andere reden om even te wachten met reageren zat in de verkiezingen in Suriname. Er moet nu nog herteld worden, maar de partij van Bouterse lijdt zondermeer een gevoelige nederlaag. Het zal spannend worden in de komende maanden. Ik ben benieuwd hoe jij een en ander ervaart met jouw half-Surinaamse achtergrond. Je gaf aan je betrokken te voelen met Suriname, hoewel je er niet bent geboren. Ben je er wel regelmatig geweest? Hoe kijk jij dan naar wat daar nu gebeurt?

Om het niet te lang te maken maak ik de overstap naar visie, waar je naar vraagt. Ik denk dat de meeste, ook oudere, mensen weinig visie hebben. Wel ideeën wellicht, maar visie is naar mijn gevoel een samenhangende kijk op een onderwerp. Ik voel mezelf geen visionair, maar heb door mijn ervaringen in de gezondheidszorg wel wat ideeën. Vermoedelijk heb jij die intussen ook wel, gezien het onderwerp van je promotie-onderzoek. Ik ben er wel nieuwsgierig naar.

Naar mijn idee is de salarisstructuur in de zorg niet goed. Hoewel praktisch onmogelijk, zou de piramide omgekeerd moeten zijn. Het draait allemaal om goede zorg aan mensen in een kwetsbare positie. En diegenen, die die zorg dagelijks leveren, verdienen een topsalaris, maar ze krijgen dat helaas niet. Ik vind het net te gemakkelijk, zoals er over ‘onze helden in de zorg’ wordt gesproken. Ze waren dat al voordat de Corona-crisis uitbrak en ze zullen het zijn, als we kunnen terugkijken op deze aparte tijd. En bij die helden horen voor mij ook de vele schoonmakers, die vaak helemaal niet worden gezien.

"Niet mijn visie, maar mijn hartenkreet"

Wat mij betreft, en ik heb het je meen ik al een keertje zo gezegd als speelse gedachte, zouden alle managers in de zorg (behalve de werknemers die de financiën regelen) één dag in de week op de werkvloer moeten zijn om mee te werken met de verzorgenden en verpleegkundigen en schoonmaakdiensten. Jaren terug zag ik een keer een programma op tv, waarbij de directeur van het Hilton-hotel in Amsterdam een dagje meeliep met één van de kamermeisjes. Het was een openbaring voor de betreffende man! En zo zal het ook zijn voor al die managers in de zorg. Veelal houden ze elkaar bezig, maar voegen ze niets structureels toe aan de kwaliteit van de zorg. Ik weet dat het klinkt als vloeken in de kerk, maar kijk naar Buurtzorg Nederland: daar wordt mijn gelijk bewezen!

Praktisch niet uitvoerbaar? Zoals in heel Nederland op dinsdag in alle gemeenten burgemeesters en wethouders vergaderen, zo zou ook in heel Zorg-Nederland het management op de werkvloer te vinden moeten zijn. En ze zijn gewoon voor niemand bereikbaar.

Je merkt, dat het mij ernst is. Het begon als een speelse gedachte, maar hoe langer ik er over nadenk, hoe serieuzer ik het eigenlijk vind. Maar uiteraard ben ik wel benieuwd, hoe jij, terwijl je lesgeeft en aan je proefschrift werkt, hier tegenaan kijkt. Vandaag stond in dagblad Trouw een groot artikel over de psychiatrische zorg, waarbij één van de respondenten verzuchtte: ‘Als iedereen nu eens gewoon zijn werk goed deed!’ Een veelzeggende opmerking.

Oemar, ik noem bovenstaande geen visie, maar een hartenkreet.

Ik heb wel e.e.a. overgeslagen uit jouw brief, maar ik moest dit eerst even kwijt. Genoeg stof voor je?

Ik hoor graag van je.

Hartelijke groet,

Herman

174 keer bekeken

+31627881403

©2019 by Geriatrisch Netwerk Rotterdam.

Meld u aan voor onze nieuwsbrief