• Redactie

Coronaspondentie tussen Oemar (27) en Herman (72)

Bijgewerkt: sep 17

In deze rubriek gaan jong en oud 'coronaproof' met elkaar in gesprek. Wat beleven jongeren en ouderen in deze tijd? Wat houdt hen bezig? Wat beangstigt hen? En wat geeft hen zin? Een eerlijke briefwisseling tussen Oemar (27) en Herman (72) over het hoofd én hart.


NB: de briefwisseling wordt geplaatst in chronologische volgorde. Scroll naar beneden om de nieuwste brief te lezen.

Beste Herman,

“Bezinnen kan het hele jaar door”, vertelde je mij laatst. Voor die les wil ik je bedanken. Om dit tot uiting te brengen zou ik graag in deze digitale brief een aantal reflecties met je willen delen. Je hebt gelijk, in de afgelopen weken zijn er al vele reflecties verschenen, maar ik ben benieuwd hoe je hier tegenaan kijkt. Kunnen we elkaar al vragend en discussiërend verder scherpen?


Ik mis vooral 'tussenruimten'

Momenteel mis ik vooral ‘tussenruimten’; momenten dat je onderweg bent en ongedwongen kunt wegdromen, kan reflecteren en tot creatieve ideeën komt. Of het enthousiasme na een inspiratievolle ontmoeting. Ik merk dat het actief zoeken naar zulke momenten lastiger is dan gedacht. De grens tussen werk en privé werd diffuus en hiermee vielen die tussenruimten weg. Herken je dat? Dat je bepaalde patronen moet leren loslaten en creativiteit op andere manieren moet zoeken?

Recentelijk stuurde een student een mail waarin zij vertelde dat ze ondanks de digitale afstand zich prettig voelde tijdens een reeks online werkgroepen. Zo’n bevestiging deed mij goed. Als promovendus is de combinatie van onderzoek en onderwijs soms pittig, zeker nu. Hoe gaan de studenten om met de gekozen leervormen? Voelen zij zich op hun gemak? Wanneer doe ik het goed? Ik heb geprobeerd om actuele voorbeelden te gebruiken en een ‘green zone’ in te richten. Je weet wel Herman, zo’n tussenruimte dat studenten eventjes na de officiële tijd nog wat vragen kunnen stellen en de actualiteit kunnen beschouwen. Welke bevestiging deed jou recentelijk goed?

Een hoop die ik graag met je deel is dat het goede gesprek tussen buurtgenoten, collega’s, vrienden en familie zal gaan over verwachtingen. Niet zozeer het ‘managen’ van verwachtingen, maar gewoon: verwachtingen. Wat is goed en wanneer is goed genoeg? Met sporadisch fysiek en digitaal contact kan het zoeken naar bevestiging verstrikt raken. Wat vind jij: is het tijd voor het herrijken van vastgeroeste en heersende verwachtingen in de maatschappij? Zo ja, welke?

Die tussenruimten, daar moeten we wat mee. Wat zijn jouw tussenruimten eigenlijk?


Een zorg die ik graag met je deel zijn de landelijke verkiezingen in Suriname volgende week. Hoewel een virusuitbraak gelukkig is uitgebleven, gaat het economisch (echt) niet voorspoedig.

Ik hoop van harte dat jong en oud(er) samen dromen kunnen delen over betere tijden. Gek he? Ik voel mij thuis in Rotterdam, maar krijg dat gevoel ook in Suriname. Precies, een soort tussenruimte, maar dan net wat meer. Het gevoel van thuis. Wat is voor jou ‘thuis’? Gorinchem?


Als kunstliefhebber rest mij nog een belangrijke slotvraag. Welk muziekalbum, film of verhaal heeft jou recentelijk geïnspireerd? Momenteel lees ik ‘Het beloofde land’ van Adriaan van Dis, maar moet ik mij ertoe zetten om verder te lezen. Ja, het zoeken naar tussenruimten inderdaad.

Hardop nadenkend zou ik deze brief samen kunnen vatten in de vraag: hoe ‘dans’ jij in de huidige situatie, Herman?

Ik wens je een inspiratievol Hemelvaartsweekend toe en kijk uit naar je kritische analyse op mijn reflecties.

Hartelijke groet,

Oemar

Beste Oemar,

Voordat ik aan een antwoord begin is het misschien goed voor de lezers van deze brieven om te weten, dat we van tevoren hebben afgesproken om elkaar te tutoyeren om, zoals je meldde, de onderlinge afstand niet te vergroten.

Onderlinge afstand is wel een punt voor mij. Ik merk dat ik er regelmatig moeite mee heb om de anderhalve meter te bewaren, zeker bij mensen die ik behoorlijk goed ken of waarmee ik het goed kan vinden. Ik heb dan snel de neiging om toch dichterbij te komen. Geen handen schudden of een knuffel geven ervaar ik als onnatuurlijk, maar ik houd me zo veel mogelijk wel aan die regel. Dus als je het hebt over patronen loslaten, dan is dat voor mij een heel herkenbaar patroon. Tegelijk merk ik, dat het op een bepaalde manier ook gemakkelijk is. Je hoeft er echt niet over na te denken of je iemand een hand of een knuffel of een zoen geeft: je doet het gewoon allemaal niet en dat is een onverwachte vorm van nivellering. Ik heb ook wel gemerkt, dat dat niet betekent, dat het contact met anderen minder of minder intens wordt.


Toen ik las hoeveel je moet doen, kreeg ik met je te doen

Je maakt een opmerking over de grens tussen privé en werk. Ik snap dat wel. Toen ik nog betaald werk deed, vond ik het niet prettig om thuis te werken. Voor mij betekende thuis ook een scheiding tussen werk en privé. Ik heb jarenlang een praktijk voor haptotherapie gehad naast mijn betaalde loondienstbaan.

Toen ik las hoeveel je online moet doen op het ogenblik, kreeg ik met je te doen. Fijn dat een studente het prettig vindt en een goed idee om een ‘green zone’ in te voegen. Dat geeft de mogelijkheid om nog even een privé-uitwisseling te hebben en je schept tussenruimte. Fijn dat dat in ieder geval voor jou goed werkt. Maar eerlijk gezegd vind ik het ook een vorm van behelpen, het kan nooit het directe contact vervangen.

Vandaag is het Hemelvaartsdag. Ik heb een Christelijke opvoeding gehad en ben nog steeds in het dorp Arkel (dat naast Gorinchem ligt) kerkelijk actief. Vanmorgen was er een inloopuur, want we houden in deze Coronatijd geen kerkdiensten. Er waren niet veel mensen, maar met elkaar hebben we een goed uur gehad en dat is voor mij een bevestiging, dat het goed is om de kerkdeuren open te zetten voor wie wil binnenkomen. Er zijn ook iedere zondag livestreamdiensten uit Haarlem-Noord. Het is mooi, dat dit virus zulke creatieve momenten oplevert.

Persoonlijk heb ik over tussenruimten niet te klagen, maar dat is het voordeel van gepensioneerd zijn. Er zijn nu veel tussenruimten. In eerste instantie zoveel, dat ik bijna niets meer deed en er ook geen zin in had. Dat verandert nu wel weer en af en toe komt er dus wel wat uit mijn handen, maar er is genoeg tijd voor ons om dagelijks te wandelen of een goed uur te fietsen. Onze conditie is dan ook prima en dat is mooi meegenomen.


Je brief nodigt uit tot antwoorden

Je noemt Suriname en dat maakt mij nieuwsgierig. Wil je iets meer vertellen over je achtergrond? Je voelt je thuis in Suriname, gelukkig ook in Rotterdam. Ik ben van geboorte Rotterdammer, na negen jaar verhuisd naar Utrecht en daar ben ik gebleven tot ik trouwde en naar Gorinchem verhuisde, waar ik nog steeds woon. Maar ik voel mij nog steeds thuis in Rotterdam en Utrecht, veel meer dan bijvoorbeeld in Amsterdam of Den Haag. Wonderlijk is dat toch. Hoe is dat bij jou? Oemar, ik merk, dat je brief echt uitnodigt tot antwoorden. Ik moest er wel eerst even goed over nadenken, maar al schrijvend komt er steeds meer boven. Ik ben dus benieuwd naar je afkomst. Zeggen ze in Suriname niet: wie zijn je vader en je moeder?

Ook je slotalinea maakt mij nieuwsgierig. Wij zijn liefhebber van klassieke muziek. We zouden in maart naar Magdeburg in Duitsland gaan in verband met de Telemannfesttage. Een festival dat één keer in de twee jaar wordt gehouden (Telemann is daar geboren). In juni gaan we al een aantal jaar naar Halle en Leipzig, omdat daar, elkaar enigszins overlappend) een Händelfestival en het jaarlijkse Bachfest worden georganiseerd. Fantastische muziekreizen dus, maar dit jaar helaas niet. We hadden alles al geboekt, maar het feest gaat niet door.

Sinds kort hebben we Netflix. Een prachtige serie is ‘Weissensee’ over een gezin in het voormalige Oost-Duitsland. Echt een aanrader! Een veel kortere serie is ‘Unorthodox’. Ik ben een langzame lezer, maar al een aantal jaar lid van een leesclub. Daardoor lees ik ook boeken, die anders mogelijk niet in handen zou krijgen. De titels van twee recent gelezen boeken wil ik je meegeven: ‘Een jongensleven’ van Stephen Fry en ‘Het gewicht van de woorden’ van Pascal Mercier. Ik ken de titel ven het boek van Adriaan van Dis, maar ik heb het niet gelezen. Ik lees nu een bundel interviews onder de titel ‘Wat is dan het goede’ van Stevo Akkerman.

Vraag voor jou Oemar: Wat voor invloed heeft het virus op jouw leven als student/promovendus? (En waar ga jij op promoveren?) Maar ook op sociaal en maatschappelijk gebied? En hoe zit het ook weer met jouw relatie met GENERO?

Je merkt, dat er steeds meer bovenkomt. Maar voor dit moment lijkt het me voldoende. Ben ik eigenlijk wel kritisch genoeg geweest of had je meer verwacht? Dat hoor ik dan graag.

Hartelijke groet,

Herman

Beste Herman,

Rotterdammer. Europeaan. Liefhebber van klassieke muziek. Netflix verkenner. Leuk om elkaar zo beter te leren kennen.

Onze briefwisseling creëert een tussenruimte en al schrijvend komen we tot inzichten om te delen. De kracht van taal is eigenlijk niet te onderschatten, zoals je boekentip ‘Het gewicht van de woorden’ van Pascal Mercier illustreert. Mooi hoe je in je reactie schrijft over creatieve momenten van interactie, hoewel dat nooit het directe contact kan vervangen. Herkenbaar; voor een groep enthousiaste studenten lesgeven op locatie is veel leuker dan digitaal.

In deze brief ben ik benieuwd naar je visie. Misschien een vervuild begrip anno 2020 en een beetje aan inflatie onderhevig. Zou je jezelf omschrijven als visionair? Zo ja, voor wat? Ik kom hier straks op terug.

Je advies om ‘Unorthodox’ te bekijken heb ik opgevolgd. Grappig, studenten benoemden de serie eveneens in de afgelopen weken als een ‘must see’. Samen met m’n vader bekijk ik het met interesse. Over thuis gesproken; wat dapper hoe Esther Shapiro haar omgeving in New York verlaat om in Berlijn een nieuw leven op te bouwen. Beide steden vind ik overigens fijn om in te wandelen en te ontdekken. Rotterdam, New York en Berlijn; wat zouden die steden met elkaar gemeenschappelijk hebben? De rauwheid, de pijn of toch de architectuur?


"De reis ergens naartoe is belangrijker dan de eindbestemming"

Gastvrijheid. Dat begrip heeft het zwaar te verduren in deze crisis. Mooi dat je vanuit je positie in Arkel de kerkdeuren openstelt voor de gemeenschap. Een fysieke tussenruimte voor reflectie, stilte en het uitwisselen van blikken van waardering. Na het lezen van je brief moest ik denken aan de uitspraak dat de reis ergens naar toe belangrijker is dan de eindbestemming. Waarom weet ik niet precies; maar misschien had het wel te maken dat ‘onderweg’ nu een andere betekenis heeft gekregen. Zouden daarom muziekreizen naar Magdeburg en Halle en Leipzig zo leuk zijn?

Terug naar de praktijk. Letterlijk jouw haptotherapie praktijk. Hoe was de omgang met cliënten? Ik kan mij voorstellen dat je veel persoonlijke verhalen hebt gehoord met existentiële vragen. Kon je dat gemakkelijk een plekje geven als je ‘onderweg’ naar huis ging of de deur van de praktijk-aan-huis dicht deed?


"Mag ik een irritatie met je delen?"

Leuk dat je naar mijn achtergrond vraagt. Een dubbelbloed: ouders met een verschillende afkomst. Mijn moeder is geboren in Nickerie, Suriname en mijn vader in Rijswijk. Zelf ben ik geboren in Helmond, maar gingen we als gezin rap naar Rotterdam. Dat voelt als thuis. Mochten jullie nog verlegen zijn voor een (stedelijke) fietsroute, dan is de wijk Oud-Charlois aan te raden, dichtbij de Rotterdamse haven. Rotterdam-Zuid heeft prachtige plekjes. Als ik een irritatie met je mag delen dan is het wel het stigma wat er heerst over Zuid. Ja, het is een gebied ‘in ontwikkeling’, maar zijn we dat niet allemaal? Het gewicht van de woorden.

De ‘dans’ met het virus als promovendus is verschillend. Enerzijds als onderzoeksobject (welke uitdagingen voor besturing in zorg zijn op te merken? Hoe krijgen – soms spontane – samenwerkingen gestalte?), en anderzijds natuurlijk persoonlijk (hoe vriendschappen te onderhouden? Hoe de omgang met m’n ouders en neefjes vorm te geven?). Bovendien is er onzekerheid wanneer projecten en bijeenkomsten weer een vervolg krijgen. Als promovendi delen we zorgen en die tussenruimte (hierna zal ik ophouden, beloofd) waardeer ik.

Voordat ik het vergeet: visie. Het veranderende samenspel tussen zorgorganisaties en professionals staat centraal in m’n proefschrift over ‘gedeeld besturen’. Hoe geven zij (samen) invulling aan de zorg de regio? Vandaar m’n slotvraag: hoe houden wij de zorg bestuurbaar? Heb je hier een visie op? Ja, een brede vraag, maar ik ben benieuwd.

Met Hanna zijn we inderdaad de invulling van Jong GENERO aan het verkennen. Binnenkort een volgende brainstormsessie. Zoals je eerder zei; niet om scheidslijnen tussen jong en oud te benadrukken, maar actief denkkracht te bundelen. Welk advies geef je ons mee?

Tot de volgende briefwisseling (nababbelen over de Surinaamse verkiezingen?) en een fijn week gewenst.

Hartelijke groet,

Oemar

Beste Oemar,

Laat ik beginnen met je een compliment te maken. Je lijkt met het grootste gemak zaken met elkaar te verbinden en onderwerpen aan te snijden en je schuwt daarbij niet om lastige vragen te stellen. Dat is echt niet iedereen gegeven en het feit dat je dat doet, waardeer ik echt.


"Het beantwoorden van je vragen is voor mij niet altijd makkelijk"

Dat gezegd hebbende realiseer ik mij ook, dat het beantwoorden van je vragen voor mij niet altijd gemakkelijk is. Ik ben niet echt heel associatief, dus valt het ook niet altijd mee voor mij om heldere antwoorden te geven. Soms helpt het om hierbij beelden te gebruiken.

Zoals je merkt, gebruikte ik nu even wat tussenruimte alvorens naar jou te reageren. Dat had deels een heel praktische en leuke reden: twee dagen in Zeeland met prachtig weer. De eerste dag gelogeerd bij vrienden uit Gorinchem, die daar in een vakantiehuis zitten voor twee weken en ons uitgenodigd hadden om langs te komen. Alles bijna helemaal volgens de huidige regels: zelfs twee badkamers en toiletten. Maar met wandelen en fietsen echt niet altijd anderhalve meter onderling; wel ten opzichte van andere mensen. En de tweede dag bezochten we onze jongste dochter met man en twee kinderen van 5 en 8 jaar. We hadden ze vanaf januari niet meer gezien. En onze dochter had Corona, dus we hebben expres een tijd gewacht. Maar het was nu dan ook extra fijn!

De andere reden om even te wachten met reageren zat in de verkiezingen in Suriname. Er moet nu nog herteld worden, maar de partij van Bouterse lijdt zondermeer een gevoelige nederlaag. Het zal spannend worden in de komende maanden. Ik ben benieuwd hoe jij een en ander ervaart met jouw half-Surinaamse achtergrond. Je gaf aan je betrokken te voelen met Suriname, hoewel je er niet bent geboren. Ben je er wel regelmatig geweest? Hoe kijk jij dan naar wat daar nu gebeurt?

Om het niet te lang te maken maak ik de overstap naar visie, waar je naar vraagt. Ik denk dat de meeste, ook oudere, mensen weinig visie hebben. Wel ideeën wellicht, maar visie is naar mijn gevoel een samenhangende kijk op een onderwerp. Ik voel mezelf geen visionair, maar heb door mijn ervaringen in de gezondheidszorg wel wat ideeën. Vermoedelijk heb jij die intussen ook wel, gezien het onderwerp van je promotie-onderzoek. Ik ben er wel nieuwsgierig naar.

Naar mijn idee is de salarisstructuur in de zorg niet goed. Hoewel praktisch onmogelijk, zou de piramide omgekeerd moeten zijn. Het draait allemaal om goede zorg aan mensen in een kwetsbare positie. En diegenen, die die zorg dagelijks leveren, verdienen een topsalaris, maar ze krijgen dat helaas niet. Ik vind het net te gemakkelijk, zoals er over ‘onze helden in de zorg’ wordt gesproken. Ze waren dat al voordat de Corona-crisis uitbrak en ze zullen het zijn, als we kunnen terugkijken op deze aparte tijd. En bij die helden horen voor mij ook de vele schoonmakers, die vaak helemaal niet worden gezien.

"Niet mijn visie, maar mijn hartenkreet"

Wat mij betreft, en ik heb het je meen ik al een keertje zo gezegd als speelse gedachte, zouden alle managers in de zorg (behalve de werknemers die de financiën regelen) één dag in de week op de werkvloer moeten zijn om mee te werken met de verzorgenden en verpleegkundigen en schoonmaakdiensten. Jaren terug zag ik een keer een programma op tv, waarbij de directeur van het Hilton-hotel in Amsterdam een dagje meeliep met één van de kamermeisjes. Het was een openbaring voor de betreffende man! En zo zal het ook zijn voor al die managers in de zorg. Veelal houden ze elkaar bezig, maar voegen ze niets structureels toe aan de kwaliteit van de zorg. Ik weet dat het klinkt als vloeken in de kerk, maar kijk naar Buurtzorg Nederland: daar wordt mijn gelijk bewezen!

Praktisch niet uitvoerbaar? Zoals in heel Nederland op dinsdag in alle gemeenten burgemeesters en wethouders vergaderen, zo zou ook in heel Zorg-Nederland het management op de werkvloer te vinden moeten zijn. En ze zijn gewoon voor niemand bereikbaar.

Je merkt, dat het mij ernst is. Het begon als een speelse gedachte, maar hoe langer ik er over nadenk, hoe serieuzer ik het eigenlijk vind. Maar uiteraard ben ik wel benieuwd, hoe jij, terwijl je lesgeeft en aan je proefschrift werkt, hier tegenaan kijkt. Vandaag stond in dagblad Trouw een groot artikel over de psychiatrische zorg, waarbij één van de respondenten verzuchtte: ‘Als iedereen nu eens gewoon zijn werk goed deed!’ Een veelzeggende opmerking.

Oemar, ik noem bovenstaande geen visie, maar een hartenkreet.

Ik heb wel e.e.a. overgeslagen uit jouw brief, maar ik moest dit eerst even kwijt. Genoeg stof voor je?

Ik hoor graag van je.

Hartelijke groet,

Herman

Beste Herman,

Fijn om te horen dat je een prettige tussenruimte hebt mogen ervaren in het mooie Zeeland. Als je elkaar vanaf januari niet hebt kunnen zien, dan is er geen mooier decor denkbaar om te wandelen en bij te praten.

Grappig, afgelopen week zat ik vooral te schrijven over Zeeland. Na een periode van het geven van digitaal onderwijs richt ik mij momenteel op het verwerken van feedback. Als promovendus is het fijn om voldoende gevoed te worden met suggesties en gedachtespinsels. Daarom was ik blij dat een digitale conferentie doorgang kon vinden waarin dit work in progress gepresenteerd kon worden. Het paper gaat over ‘regionalisering’ in de ouderenzorg, inzoomend hoe lokale netwerken worden gebouwd tussen verpleeghuizen om o.a. het tekort aan artsen op te vangen. Ik vertel je er binnenkort graag meer over.

De afgelopen weken is er veel gebeurd, zowel in Nederland als daarbuiten. Hoewel de verkiezingen in Suriname gelukkig doorgang vonden, is een zorgelijke ontwikkeling de sterke toename van het aantal coronabesmettingen (momenteel 187, dat is in verhouding veel). Het land is momenteel in een algehele lockdown. Mooi om te lezen dat het particuliere initiatief SU4SU helpt en er vanuit Nederland ondersteuning wordt aangeboden.


Ik hoop van je te leren in hoe je het racismedebat ervaart

Dichter bij huis wordt het racismedebat intensief gevoerd. Volg je het actief op de voet? Of ben je bewust wat selectief in het consumeren van wat er in de media over wordt geschreven? Ik kan mij voorstellen dat dit de gemoederen flink bezighoudt. Net als onze eerdere brieven over de positie van ouderen tijdens de coronacrisis en de (her)inrichting van de zorgsector, denk ik dat het goed is als we hier in openheid woorden aan wijden. Durven we tussen verschillende generaties hier het gesprek over aan te gaan? Mens- en wereldbeelden verschillen ongetwijfeld, maar ik hoop van je te leren in hoe je het racismedebat ervaart.

Des te meer besef ik mij dat het delen van inzichten door deze brieven een krachtig middel is. Elkaars leefwerelden beter proberen te begrijpen. Zoeken naar oplossingsrichtingen. Verhalen delen. Twijfels uitspreken.

Zoals we eerder concludeerden is die tussenruimte prettig, maar ook cruciaal om thema’s als racisme en discriminatie constructief te bespreken. Die wens tot gezamenlijkheid wens ik ieder individu toe.

Dank voor het delen van je hartekreet. De (her)inrichting van de zorg heeft betrekking op ons allemaal en je genoemde punten zetten mij aan het denken. De verbinding tussen het management en ‘de rest’ is een terechte. Dergelijke thema’s komen eveneens aan bod in de serie ‘Besturen in een bijzondere tijd’ van het Erasmus Centrum voor Zorgbestuur (https://www.erasmuscentrumzorgbestuur.nl/reflectie-actie/). Korte filmpjes waarin al reflecterend ervaringen worden gedeeld. Zo vertelden een aantal bestuurders dat zij door de coronacrisis bepaalde reacties en patronen van medewerkers beter zijn gaan begrijpen.

Wat betekent het begrip regie voor jou?

Een thema wat hieraan raakt is de rol van de overheid in de zorgsector. Vanochtend benoemde minister De Jonge in een interview in het Algemeen Dagblad dat ‘de regie terug moet naar de overheid’. Meer samenwerking (door te regionaliseren) en minder concurrentie. Twee vragen zou ik je hierover willen stellen: (i) is er meer samenwerking tussen ziekenhuizen, verpleeghuizen en huisartspraktijken nodig, en zo ja, waarom? (ii) Wat betekent het brede begrip van ‘regie’ voor jou? Menig beleidsrapport, actieprogramma en visiedocument spreekt over ‘meer eigen regie’, maar ik ben benieuwd wat dit begrip voor je betekent.

Teruglezend merk ik dat ik vooral veel wilde vertellen. Gelukkig geeft een briefwisseling ook ruimte om af en toe te laveren tussen het stellen van vragen of wat meer te delen. Ik geef op mijn beurt graag de ruimte aan je om te reageren.

Hartelijke groet,

Oemar

Beste Oemar,

Al een paar dagen probeer ik een goed moment te kiezen om te reageren op je derde brief. Het is niet dat ik het voortdurend zo druk heb en dus geen tijd om je te antwoorden, het heeft meer te maken met het feit, dat ik wat tijd nodig heb om mijn gedachten te ordenen en deze zo goed mogelijk te verwoorden.

Overigens kun je wel merken, dat het ergste qua corona voor dit moment voorbij lijkt te zijn. En dus komen er steeds meer mogelijkheden om mensen daadwerkelijk te zien en spreken. In de afgelopen dagen had ik twee keer een vergadering van de Raad van Ouderen, één keer met de halve raad en één keer met de halve raad en mensen van het ministerie van VWS. Beide keren via Webex, een soort ZOOM denk ik. Ik heb daarbij vaak een slechte wifi verbinding, die per vergadering toch gauw twee tot drie keer even uitvalt. Wat zal ik blij zijn als we weer echt bij elkaar kunnen komen. Ik heb er de reistijd wel voor over.

De Raad van ouderen heeft o.a. een advies over wonen en zorg uitgebracht. Ik heb dat wel doorgestuurd naar de leden van het GENERO-forum. Mocht je interesse hebben, dan hoor ik het graag en stuur ik jou dat ook toe. N.a.v. dit advies werd ik gevraagd voor een kort radio-interview met een regionale organisatie. Ook dat kan ik je toesturen, als je geïnteresseerd bent. Maar voel je vooral niet verplicht.

Waar ik wel benieuwd naar ben is jouw paper over regionalisering in de ouderenzorg, o.a. om het artsentekort op te vangen. Gaat het dan om huisartsen of specialisten geriatrie? We hebben het er over.

Ja en dan de verkiezingen in Suriname. Ze zijn geweest en de uitslag wordt wel gerespecteerd door Desi Bouterse, ondanks zijn forse nederlaag. Het virus, dat in de buurlanden al flink actief was, lijkt nu ook in Suriname flink tekeer te gaan. Met een buurland als Brazilië kan het nauwelijks anders. Wel heel fijn dat ook hier particulier initiatief ter ondersteuning (SU4SU) werkt. Nog los van de gezondheidsschade zal er ook flinke economische schade zijn en dat is voor Suriname rampzalig. Het zal voor een nieuwe regering dan ook niet meevallen om hier wat van te maken.


Ik ben een beetje bang dat discriminatie bij de mens ingebakken zit

Ik vraag me af, of alle emotie rondom racisme ook te maken heeft met een reactie op de lock-down periode overal ter wereld. Ik wil zeker niets af doen aan de oprechte verontwaardiging van veel mensen, ik deel dat wel. Maar ik ga niet demonstreren, wat ik vroeger wel gedaan heb tegen de kernwapens . Wat ik echt hoop, is dat er een mentale verandering komt, waardoor racisme beter herkend zal worden en discriminatie op grond van afkomst en kleur echt tot het verleden gaat horen. Maar ik ben toch wel een beetje bang, dat racisme en discriminatie bij de mens ingebakken zit. Iedereen heeft zo zijn donkere kant en ik vrees, dat dit daar ook onder valt.


Heb jij persoonlijk veel slechte ervaringen met racisme?

Wat mij bij dit alles opvalt is dat discussie en debat hierover weinig tot niets oplevert. Ik heb één keer Op1 gevolgd en uitgedaan tijdens de uitzending. Naar mijn idee is de dialoog de enige gespreksvorm, die positieve gevolgen kan hebben. Ik ben er van overtuigd, dat leeftijd hierbij geen rol speelt. Wie werkelijk een dialoog wil, zal luisteren naar mensen van alle leeftijden. En wie niet wil, heeft, vrees ik, een te gesloten wereldbeeld en dat zal niet zomaar veranderen. Hoewel: zelfs Rutte draait een beetje bij als het gaat over Zwarte Piet. Wat ik mij oprecht afvraag: heb jij persoonlijk veel slechte ervaringen met racisme? Daar zou ik wel wat over willen horen, als je daar iets over zou willen loslaten.

Je brief volgend kom ik bij je opmerkingen over bestuurders uit. Ik heb de filmpjes nog niet bekeken, maar het verbaast mij niet, dat er bestuurders zijn, die hun medewerkers wat beter gaan begrijpen. Mijn hartenkreet uit mijn tweede brief gaat daar natuurlijk over: ken als bestuurder de werkvloer en je krijgt meer begrip voor je personeel. Als manager heb je een dienende functie, maar of iedere manager dat ook begrijpt? Empathie is een sleutelbegrip in dit kader.

Ik hoop van harte dat de marktwerking in de zorg zijn langste tijd heeft gehad. Als het aan minister De Jonge ligt, zou dat zomaar kunnen. Ik vermoed, dat die marktwerking meer geld heeft gekost dan opgeleverd, maar dat kan ik niet bewijzen. Je stelt in je vorige brief twee vragen hierover: 1) is meer samenwerking tussen ziekenhuizen, verpleeghuizen en huisartspraktijken nodig en 2) wat betekent het brede begrip ‘regie’ voor mij. En bij dat laatste verwijs je naar stukken waarin gesproken wordt over ‘meer eigen regie’.

Dit zijn brede vragen, waar van alles over te zeggen is. In het bestek van deze briefwisseling gaat dat niet lukken, dus hoop ik dat we hierover in gesprek kunnen. Maar samengevat wil ik wel aangeven, dat in een regio samenwerking vanzelfsprekend moet zijn in het belang van de patiënt. Te vaak is er, vaak onder het mom van te weinig tijd, te weinig communicatie tussen dienstverleners in de zorg. Waarbij ik er ook niet raar van zou opkijken, als ideeën over hiërarchie onbewust een rol spelen.

Eigen regie is mooi, als iemand daartoe in staat is. In acute situaties is dat vaak niet het geval en er is ook nog een flinke groep mensen, die het echt niet kunnen. Denk maar aan de 80 – 20 regel: 80% kan in veel situaties prima eigen regie voeren, maar ook niet altijd en overal. Mijns inziens valt er nog veel winst te boeken op dit terrein. Wie iemand werkelijk eigen regie wil laten voeren, zal bijvoorbeeld ook moeten accepteren, dat iemand zijn/haar eigen leven voltooid vindt met de daarbij behorende consequenties. Misschien een thema om op te kauwen?

Oemar, ik vind het wel een feest om op deze wijze van gedachten te wisselen met je. Wat mij betreft gaan we nog even door zo! Dus ik ben benieuwd naar je reacties.

Hartelijke groet,

Herman

Beste Herman,

‘Wie werkelijk een dialoog wil, zal luisteren naar mensen van alle leeftijden.’ Deze zin bleef mij bij na het lezen van je brief. Deze brief begin ik er graag mee.

Verschillende onderwerpen passeerden de revue: regionalisering in de ouderenzorg, toekomstbestendigheid van het huidige zorgstelsel, politiek-economische ontwikkelingen in Suriname, en bestuurlijke betrokkenheid in de zorg. Hoewel ik graag over deze onderwerpen verder met je van gedachten wissel, is het misschien goed om pas op de plaats te maken.

Een themabrief. Misschien wel de belangrijkste brief tot nu toe.

Naar aanleiding van je vraag voor een persoonlijke reflectie in het racismedebat voel ik mij uitgenodigd om dit thema in gezamenlijkheid wat meer uit te diepen. Oncomfortabel? Mwah. Belangrijk? Jazeker. Dat we dit zo bespreken geeft denk ik aan dat we onze tussenruimte – hier begonnen we mee, weet je nog? – productief maken. Want dat proef ik een beetje in je brief: als je aan het ‘dialogen’ bent met anderen dan gebeurt er iets. Met oprechte intenties kun je elkaars perspectief net wat beter begrijpen. Het proberen waard dus.


Waarom schrijf en spreek je zo goed Nederlands?

Gelukkig heb ik weinig vervelende en nare ervaringen meegemaakt. Veelvoorkomende vragen over m’n achtergrond (‘Waar kom je écht vandaan?’ ‘Waarom heb je een kleurtje?’ ‘Waarom schrijf en spreek je zo goed Nederlands?’) omarm ik liever als een mogelijkheid om te duiden dat ik mij volledig Nederlands en Surinaams voel, dan dat ik dat als kwetsend ervaar. Ik voel mij geen slachtoffer van het systeem. Integendeel, ik ben volledig onderdeel van deze maatschappij en ook dat geluid mag gehoord worden. Het is soms wel moeilijk. Als dubbelbloed zijn er immers meerdere plekken waar je je thuis voelt en is de zoektocht naar acceptatie een valstrik. Niet overal is ruimte te vinden voor acceptatie, worden ‘grappen’ gemaakt die onwetendheid pijnlijk blootleggen, of is er zichtbaar ongemak (‘Wat zal de kleurling hiervan vinden?’). Woorden doen ertoe, ook in spreken over ‘wit’ of ‘zwart’.

Het opgroeien in Crooswijk en Rotterdam-Noord zorgde ervoor dat je al snel in aanraking komt met verschillende culturen in een wijk. Dat vond ik – en vind ik nog steeds – heel verrijkend. Als ik zo terugdenk dan heeft dat niet alleen geresulteerd in mensenkennis, maar ook in mentaliteitsvorming door op te komen voor jezelf. De rijkheid aan achtergronden reflecteert zich helaas in beperkte mate op andere plekken, bijvoorbeeld in m’n werkomgeving op de Erasmus Universiteit of wetenschappelijke platforms en gesprekstafels. Dat is niet representatief. Met een aantal collega’s hebben we het er regelmatig over. Hoe komt dat? Welke praktijken en structuren zijn hier debet aan? De afstand tussen de straten en de torens in de stad lijkt dan opeens heel groot.

Op de middelbare school vertelde een leraar tegen m’n ouders op een ouderenavond dat ik “het best goed doe in het vak Natuurkunde voor een geadopteerd kind.” Ik ben niet geadopteerd en hij sprak met mijn biologische ouders. Het schooljaar was halverwege. Waar kwam die aanname vandaan? Was dat onwetendheid? Waarom waren er toen zo weinig kleurlingen op school en viel ik zo op? Je kan je de reactie van m’n Surinaamse moeder wel inbeelden, Herman. Toen nam ik het hem niet zo kwalijk, maar het heeft mij wel aan het denken gezet wat aannames voor effect kunnen hebben. Die zijn allesbehalve onschuldig.

Ik ben het met je eens dat het bewust creëren van tegenstellingen of groepen ons niet vooruit helpt. Laten we liever de rijkheid aan identiteiten omarmen, waarin verhalen meer met elkaar verweven raken. Niet zozeer tot één compleet en allesomvattend verhaal, maar wel een narratief wat veelzijdig is en oog heeft voor elkaars achtergronden, (pijnlijke) geschiedenis en wensen voor de toekomst. Ik vind het hoopgevend dat het werk van Anton de Kom (een Surinaamse antikoloniale schrijver, activist en verzetsheld) opgenomen is de Canon van Nederland. Hij publiceerde in 1934 zijn boek ‘Wij slaven van Suriname’ als een aanklacht tegen racisme, uitbuiting en koloniale overheersing. Samen met m’n vader las ik het boek in Suriname en leverde het (en nog steeds) inhoudelijke gesprekken op.

Ik ben benieuwd hoe jij dit debat ervaart. Welke ervaringen heb jij – in brede zin – met racisme, discriminatie of stereotyperingen?

‘Wie werkelijk een dialoog wil, zal luisteren naar mensen van alle leeftijden.’ Ik sluit deze brief er graag mee af. Aan de zijlijn worden immers geen wedstrijden gewonnen, en daarom is het goed dat we tussen generaties dit soort thema’s actief bespreekbaar maken.

Hartelijke groet,

Oemar

Beste Oemar,

In je eerste brief had je het over tussenruimte, die door de coronacrisis ontstond, en die onverwachte mogelijkheden bood, waaronder de start van deze coronaspondentie. Het blijft me wel intrigeren, omdat door de beperkingen juist ook ruimte is ontstaan. Voor mij is die tussenruimte nu nog weer groter geworden, omdat ik dankzij een ongelukkige val mijn heup heb gebroken. Daar zitten nu schroeven in, maar de revalidatie gaat wel een paar weken kosten en in die periode mag ik ook niet fietsen en autorijden, dus ik zit gedwongen thuis en heb dus nog meer tijd ‘gekregen’.


Dankzij deze val word ik ook geconfronteerd met mijn plek in de maatschappij en dat is bijzonder: diverse bossen bloemen werden mijn deel en ik ontving veel beterschapswensen; er blijken dus allerlei mensen aan mij te denken, die dat ook kenbaar maken, ook al zie of spreek ik een deel van hen maar weinig. En dat brengt mij bij een kernpunt in jouw vierde brief: we zijn niet alleen op deze planeet, maar worden mens door anderen om ons heen.

Jij ervaart het racismedebat als uitermate belangrijk en voor jezelf niet als oncomfortabel. Voor de lezer, die de vorige brieven niet heeft gelezen: jij hebt een kleurtje dankzij je Surinaamse moeder en ik kleur alleen bij in de zomer. Ik was dan ook benieuwd hoeveel last of gemak je tot nu toe in je leven hebt ervaren van dat gegeven. En ik ben je erkentelijk dat je mijn vraag daarover zo uitgebreid hebt beantwoord.


We zijn niet alleen op deze planeet, maar worden mens door anderen om ons heen.

Het werd wel duidelijk, dat je, meestal door onwetendheid, toch regelmatig bent geconfronteerd met vooroordelen van anderen. Ik vond het pijnlijk om te lezen, dat zelfs een leraar op jouw middelbare school hier ongelooflijk de mist mee inging door in een gesprek met jouw – biologische - ouders aan te nemen, dat je geadopteerd was. En bij die aanname hoorde dan ook een serietje ideeën en vooronderstellingen, die veelzeggend zijn en zeker niet onschuldig. Dat stelde jij al in je brief en ik geef je daarin groot gelijk.

Voor alle duidelijkheid wil ik een onderscheid maken tussen racisme en discriminatie. Deze woorden worden naar mijn idee nogal eens door elkaar gebruikt en dat is mijns inziens niet terecht. Racisme is een vorm van discriminatie, maar discriminatie hoeft geen racisme te zijn. Ter verduidelijking: een koe is een dier, maar een dier is geen koe. Discrimineren doet iedereen en dat is niet per se negatief: het is een vorm van onderscheiden, die je kan helpen om voor jou de juiste keuzes te maken. Racisme vind ik verwerpelijk. Heel lang geleden zal het geholpen hebben om de eigen soort in stand te houden en te beschermen, maar in de huidige tijd heeft het die functie zeker niet meer en is het een vorm om met ‘oogkleppen op’ te kijken naar en te oordelen over anderen.

Bij het voeren van een debat gaat het om het krijgen van je gelijk aan de hand van argumenten. Dat lijkt me in dit kader een zinloze exercitie. Het zal de mensheid niet verder brengen om hierover te debatteren. Ik ben er van overtuigd, dat de dialoog een veel betere vorm is om wederzijds respect te bevorderen. De ander erkennen als gelijkwaardig zal toch de basis moeten zijn voor een vruchtbare samenleving. De geschiedenis leert ons wel dat dit geen eenvoudige opgave is, maar dat neemt niet weg dat dit desondanks toch een principieel uitgangspunt moet zijn.

Jij kent ongetwijfeld de uitspraak uit de bijbel: ‘De zonden der vaderen zullen bezocht worden aan hun kinderen, tot in het derde en vierde geslacht’. Naar mijn overtuiging is dit een waar woord, en inmiddels is ook aangetoond, dat bepaald gedrag in iemands DNA kan worden opgenomen en doorgegeven aan de volgende generaties, waar het ook langzaamaan weer uit kan verdwijnen. Het bevestigt de juistheid van de Bijbelse uitspraak.

Waar ik in het kader van racisme mee worstel is de eis van excuses, die door sommigen wordt geroepen. In Nederland en in Suriname zijn we inmiddels meer dan vijf generaties verder dan het slavernijtijdperk. Het lijkt mij dan ook, dat zeker de huidige generatie van dertigers niet gebaat is bij excuses voor iets, waar zij onmogelijk mee verbonden zijn. Waarmee ik niet wil zeggen, dat ze geen last kunnen hebben van wat er uit het slavernijverleden is voortgekomen c.q. is overgebleven. En daar zal zeker wat mee gedaan moeten worden.


Ik ben er van overtuigd dat de dialoog een veel betere vorm is om wederzijds respect te bevorderen.

Het weghalen van standbeelden hoort daar naar mijn idee niet bij. De geschiedenis verstoppen zal niets opleveren. De geschiedenis juist naar voren halen, zoals nu gebeurt met de canon, waarin Anton de Kom een plek krijgt, lijkt mij heel goed. Het verleden onder ogen zien, hoe pijnlijk ook, kan helpen om een kijk op het heden te krijgen, waarin voor racisme geen plek is. En dat is dan een hele stap voorwaarts in het mensdom. Ik heb het boek van Anton de Kom “Wij slaven van Suriname” overigens – nog – niet gelezen.

Daarmee is negatieve discriminatie niet opgelost. Ik ben bang dat zowel jij als ik dat niet meer gaan meemaken in ons leven. Zelfreflectie kan hier een heel nuttige bijdrage aan leveren. Zelfreflectie is een potentie van iedereen, maar wordt wellicht toch te weinig benut.

Wat ik nu wel lees: “De biografie als medicijn” van Susanne Kruys. Een heel bijzonder boek dat ik je zeker kan aanbevelen, maar misschien ken je het al. Zij is biografisch coach en onderzoekt in dit boek de functie van de levensverhalen van een zestal mensen, die actief zijn in de zorg. Ik vind dat ze prachtig schrijft en ook heel overtuigend is in haar stelling, dat de biografie van mensen essentieel is in de zorg. Ik ervaar het als een verrijking om dit boek, gekregen dankzij mijn ongelukkige val, nu in handen te hebben.

Ik hoop, dat we onze briefwisseling zullen voortzetten. Aan jou het woord!

Hartelijke groet,

Herman

Beste Herman,

Wat vervelend om te horen dat je door een ongelukkig val je heup hebt gebroken. Heel veel sterkte toegewenst in je herstel en dat de revalidatie – ondanks de beperkingen – ook mooie momenten mag opleveren van steun, aandacht en klein gezelschap. Fijn om te horen hoe je bemoedigd wordt in je herstel door verschillende mensen!

We worden inderdaad mens door anderen om ons heen. Gisteren kocht ik het boek ‘Wij zijn ons’ van bestuurssocioloog Mark van Ostaijen, wat een vergelijkbaar vertrekpunt kiest. ‘Want juist door middel van de sociologische verbeelding wordt de alledaagse complexiteit verrassend inzichtelijk. Niet door die wereld te beschouwen als een optelsom van breinen, maar door individueel gedrag te begrijpen door de lens van het sociale.’ Aan de hand van het gedachtegoed van grote denkers analyseert hij verschillende maatschappelijke ontwikkelingen.

Terecht dat je wijst op hoe wij mensen voortdurend onderscheid maken. Ik vond het mooi dat je zegt dat het om een stukje erkenning gaat. Ik erken je. Dat betekent niet dat je het met de ander eens hoeft te zijn. In de afgelopen weken merkte ik in gesprekken over racisme en discriminatie dat je het niet per se eens met elkaar hoeft te zijn om elkaar – al is het op afstand – een blijk van waardering en erkenning te geven.

Een voorbeeld. Persoonlijk vind ik dat het bespreken van oncomfortabele onderwerpen in de kerk nog flink kan groeien. Dat er weinig ‘kleur’ is in veel kerken betekent niet dat er geen ervaringen, ideeën of misschien ook regels zijn die bepaalde vooroordelen met zich mee dragen. De geografische ligging van een kerkelijke gemeenschap bepaalt grotendeels de mix aan culturen, achtergronden en mensbeelden. Daar is niet per se iets mis mee. Het gaat er (denk ik) meer om in hoeverre je zo’n actueel thema vanuit een maatschappelijk-religieus perspectief opbouwend kunt bespreken in verschillende omgevingen. Ook in gemeenschappen waar op het eerste gezicht iets minder kleurige diversiteit is. In dialoog, inderdaad. Zonder dat alle niet-kleurlingen als racistisch worden betiteld of dat het probleem niet erkend wordt. Ik hoop van harte dat ervaringen meer gedeeld worden, in dit geval in de kerk, om dat veelgenoemde wederzijdse begrip te doen bloeien. Herken jij je in m’n zorg?

Zoals je schrijft zijn ook veel Nederlanders in afwachting van een stukje erkenning aangaande het slavernijverleden. Sommige vinden excuses meer een onpersoonlijk ritueel of simpelweg onnodig. Ik denk dat er meer beklijvende actie nodig is. De rijkheid aan ondernemende verhalen, ook over de rol van Nederland als kolonisator, zouden meer uitgediept kunnen worden in het onderwijs en daarbuiten. Er zijn intrigerende tentoonstellingen geweest, bijvoorbeeld in het Wereldmuseum Rotterdam over Nederlands-Indië of in het Tropenmuseum in Amsterdam over het Surinaamse verleden. Daar leer ik heel erg veel van; niet veel kreeg ik daarvan mee op de middelbare school. Het idee om door kunst, poppodia en musea meer ruimte te geven aan het slavernijverleden juich ik daarom van harte toe. Duiding geven en verhalen over ons menszijn door de tijd heen doorvertellen.


Met andere woorden: de geschiedenis niet verstoppen, maar naar voren halen.

Zoals bij meerdere diepgewortelde maatschappelijke problemen zijn perfecte oplossingen soms niet realistisch. Door je brief heen proef ik ook dat hoezeer we ons best ook doen om issues aan te pakken – zoals racisme en discriminatie, dit niet spontaan zal verdwijnen. Ik denk dat we allebei onderschrijven dat dit niet betekent dat we niets kunnen doen. We need to act. Imperfectie kenmerkt immers het leven en wellicht geeft het meer lucht en ruimte in de dialoog om te denken in termen van omgang met het probleem.

Zelfreflectie is inderdaad een onmisbare bouwsteen. Coronaspondentie gaat eigenlijk veel verder dan alleen de ouderenzorg, vind je ook niet? Zo teruglezend geven we een bescheiden aanzetje om in de onzekere tijd voor ons te bouwen aan wat meer zelfreflectie in actie. Dat zou zomaar eens kunnen beklijven tussen verschillende generaties.

Wat heeft je tot op heden verrast tijdens het lezen van ‘De biografie als medicijn’? Interessant om daar verder over te spreken; dat de biografie van mensen essentieel is in de zorg. Wat betekent dit precies en ben je het eens met haar stelling?

Nogmaals veel sterkte toegewenst en veel leesplezier met boek van Susanne Kruys,

Hartelijke groet,

Oemar

Beste Oemar,


Dank voor je brief. Ik verheug me op de komst van je brieven. Wel merk ik dat ik altijd even tijd nodig heb om alles te laten bezinken en te overdenken. Maar dat is eigenlijk alleen maar goed en ook stimulerend. Het gaat overigens goed met mijn revalidatie. De beperkingen worden minder en ik denk dat het allemaal weer goed gaat komen.


Je schrijft, dat je het boek “Wij zijn ons” van Mark van Ostaijen hebt gekocht. Deed je dat in het kader van je werk en promotie-onderzoek of is het persoonlijke interesse? (Het kan natuurlijk ook een combinatie van die twee zijn). Het is ongetwijfeld interessant, maar ik zet het niet op mijn lijstje van nog te lezen boeken, want mijn stapel is al te groot.


Ik volg je brief een beetje op de voet. Racisme en discriminatie zijn ‘hot’ momenteel. Heb jij de laatste weken veel gesprekken gevoerd over dit onderwerp? En zo ja, met wie dan? En wat kom je dan zoal tegen? Ik merk dat ik in een gesprek toch altijd hoop op consensus ook al weet ik, dat dit zeker niet altijd zal lukken. Maar dat ervaar ik dan toch een beetje als niet prettig. Een voorbeeld: vandaag hadden wij familie op bezoek en op zeker moment ging het over medicijnen voor de behandeling van corona. Een schoonzus gaf aan te weten dat er al diverse medicijnen bestaan, maar dat die om duistere redenen niet gebruikt worden terwijl ze werkzaam zouden zijn. Eigenlijk een soort complottheorie. Dan kan ik het niet laten om daar tegen in te gaan, terwijl ik eigenlijk al weet dat dit zinloos is.


Persoonlijk vind ik dat vanzelfsprekend, maar ik besef maar al te goed dat dit landelijk niet zo is.

Je roert een voor mij heel boeiend thema aan: het bespreken van oncomfortabele onderwerpen in de kerk. Ik maak deel uit van een tamelijk kleine kerkgemeenschap in Arkel: klein in aantal actieve leden (zo’n 60), praktisch allemaal wit, maar wel een veelkleurige gemeente qua opvattingen. De gemeente is onderdeel van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) en het is de enige kerkelijke gemeente in het dorp. In onze gemeente is het bij mijn weten nog nooit over racisme gegaan, wel over discriminatie. Wij zijn sinds twee jaar aangesloten bij Wijdekerk, een organisatie die er naar streeft om de LHBT-gemeenschap een volwaardige plek te geven in de kerken in Nederland. Persoonlijk vind ik dat vanzelfsprekend, maar ik besef maar al te goed dat dit landelijk niet zo is. Het is nog nooit gebeurd, maar bij ons kan een huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht zeker gesloten en ingezegend worden.


Gisteren spraken we, in het kader van de aanschaf van zonnepanelen, iemand van de betreffende firma, die lid is de Evangelische Broedergemeente in Zeist. Ik moest meteen aan jou denken, want ik weet dat deze gemeente in Suriname altijd heel actief is geweest. Hij vertelde dat in Amsterdam een grote gemeente zit, voornamelijk van mensen die uit Suriname afkomstig zijn. Maar misschien maak jij wel deel uit van een heel andere denominatie. Wellicht een onderwerp om nog eens verder uit te diepen. Maar ik herken wel je zorg om onderwerpen in een kerkelijke gemeente op een goede manier bespreekbaar te maken. Geloofsovertuigingen kunnen een opbouwend gesprek ook flink in de weg staan. Ik heb dat een aantal jaar geleden echt meegemaakt, toen het ging over het mee laten vieren van het avondmaal door kinderen.


Vanuit de kerk naar het slavernijverleden is helaas niet een erg grote stap. Het zou goed zijn, als er blijvend meer aandacht zou komen voor de geschiedenis en de rol van Nederland in dit opzicht en wat de gevolgen zijn voor de ‘ingebakken’ vooroordelen in de huidige tijd. Ik weet niet of ik er zelf ook last van heb. Waar zou ik op moeten letten om daar achter te komen? Misschien heb je nog tips voor mij.


Het is ook goed om af en toe met heel andere dingen bezig te zijn of afleiding te hebben.

Zelfreflectie is niet mijn sterkste eigenschap. Dat merk ik ook weer als ik het boek “De biografie als medicijn” lees. Ik heb het nu één keer gelezen, maar ben inmiddels begonnen aan de tweede keer. Ik wil het nu zorgvuldiger lezen, me er meer in verdiepen. Aan het eind van iedere ‘casus’ worden vragen gesteld aan de lezer. Daar wil ik mee aan de slag in gesprek met mezelf en met Tonnie, die het boek inmiddels ook heeft gelezen.


In de verpleeghuiswereld wordt al regelmatig gewerkt aan familieverhalen van bewoners, die bedoeld zijn om het personeel betere, meer individueel gerichte zorg te laten geven. Daarvoor is het nodig om wat te weten over iemands familiegeschiedenis. Het gebeurt vooral bij dementerende bewoners, waarbij de familie wordt ingeschakeld. Dat is nog wel wat anders dan wat in “De biografie als medicijn” wordt beschreven, maar naar mijn idee kun je het wel als een aanzet zien. Misschien kijk ik er anders tegenaan als ik het boek grondiger heb gelezen. Ik kom daar zeker op terug. Hoe dan ook ben ik heel blij met het boek van Susanne Kruys.


Hoe gaat het eigenlijk met je promotie? Loop je veel vertraging op door de coronacrisis of heb je er juist profijt van, dat er veel minder kan? En heb je nog wel vakantie deze zomer? Het is ook goed om af en toe even met heel andere dingen bezig te zijn of afleiding te hebben.


Voor nu wil ik het hier even bij laten, want we hebben al weer heel wat laten passeren. Ik hoor graag van je.


Hartelijke groet,


Herman

Beste Herman,

September 2020. We zijn al een tijdje aan het schrijven. Voor mij de eerste na de zomermaanden, alweer! Mooi om te horen dat het goed met je gaat en de revalidatie voorspoedig verloopt. Fijn dat de beperkingen minder worden. Leuk om in deze brief een aantal verwonderingen met je te delen uit de zomer tot nu toe. Medio augustus trouwde mijn beste vriend en als getuige vond ik dat een hele eer. Toch wel het bijzonderste moment deze zomer. Welk moment, gebeurtenis of ervaring in de afgelopen zomer blijft jou bij?

Ik vond het herkenbaar wat je zegt dat afleiding en met andere dingen bezig zijn belangrijk is. Naast (zaal)voetballen in m’n vrije tijd, teken ik graag abstracte en kleurige tekeningen. Een beetje street art-achtig. Trouwens, in de Afrikaanderwijk worden in de komende week meerdere muren compleet beschilderd. Het Pow! Wow! festival is een laagdrempelige gelegenheid om zowel de buurt als nationale en internationale street art artiesten in actie te zien (een kleine droom is om een keer een eigen muur te beschilderen). Is er bij jou in de afgelopen periode ook een (spontane) droom ontstaan?

Ik vond het hoopgevend om te lezen hoe je je inzet om de LHBT-gemeenschap een volwaardige plek in de kerken in Nederland te geven. Gedurende de jaren in de kerk heb ik (helaas) best wat situaties meegemaakt waarin gemeenteleden vertrokken omdat zij zich niet (h)erkend voelden. Dat laatste lijkt niet vanzelfsprekend, maar is naar mijn idee wel de kern van het geloof. Misschien is dat de reden dat ik mij eerder gelovig dan religieus noem. Het is relationeel, niet transactioneel. Die roep tot gelijkwaardigheid komt ook terug in het racismedebat.


De kerk – of het wil of niet – heeft een belangrijke positie en mag naar mijn idee (veel) meer kleur bekennen.

Nog even terugkomend op je vraag over geloof. In mijn jeugd gingen we als gezin naar twee kerken. Enerzijds – inderdaad – de Evangelische Broedergemeente (EBG) en anderzijds de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt (GKv) in Rotterdam-Centrum. Mijn moeder is actief in de EBG en mijn vader in de GKv. Die verschillende manieren van geloofsbeleving en ook wel verschillen in Gods- en mensbeelden heb ik als verrijkend ervaren. Daar ben ik dankbaar voor. Verschil is en was er ook: de secuur ingerichte kerkgebouwen en gestructureerde diensten van de GKv, of de meer kleinschalige warme bijeenkomsten in buurtcafés of verlaten etages van de EBG. De landelijke vieringen met zowel de Javaanse, Creoolse als Hindoestaanse Surinaamse gemeenschap van de EBG in Zeist en Den Haag zijn feestelijke dagen.

Het schiet mij te binnen dat ik weinig met de afgebakende veilige christelijke bubbel heb - vergeef mijn ongenuanceerdheid. Misschien dat ik mij daarom graag in verschillende groepen en culturen begeef. Is dat het lot van een dubbelbloed, Herman?

Je zegt dat zelfreflectie niet je sterkste eigenschap is, maar ik vind het knap dat je jezelf wel durft te bevragen over ingebakken vooroordelen. Dat is ook voor mij van toepassing. Vooroordelen voorkomen of juist actief bestrijden is niet gemakkelijk en lijkt soms een verloren strijd. Dat betekent niet dat we er niet actief mee aan de slag kunnen gaan, zoals we in onze brieven bescheiden proberen te bespreken. Hoewel je vraagt om een tip, denk ik dat je die zelf al geeft; waarvoor dank! Dat is namelijk dat je samen met Tonnie aan de slag gaat met lezersvragen en (her)leest, discussieert en verwondert. Ik zie dat als een aanmoediging voor mijzelf, want zeker in een steeds vluchtiger wordende samenleving is die zelfreflectie van belang.

De Covid-19 gevolgen voor m’n onderzoeks- en onderwijsactiviteiten vallen gelukkig mee. Deze zomer heb ik de tijd genomen om nader uit te denken en schetsen (letterlijk dus) welke verhalen ik uit het onderzoek tot nu toe wil vertellen. En vooral hoe ik dat dan wil doen. Het is een uitdaging om in een wetenschappelijk artikel een groot verhaal af te pellen tot een Lego blokje. Hoe die blokjes zich dan vervolgens verhouden tot een sterk fundament, daar ben ik nog niet helemaal over uit. Het is wel een voorrecht om als promovendus die reis samen af te leggen met collega’s, studenten en familie en vrienden. Het bewust in gesprek gaan met vooral andere promovendi heeft interessante recente inzichten opgeleverd; het denkproces moet immers gevoed worden. Hierom raak ik er steeds meer van overtuigd dat zo’n onderzoekstraject een gezamenlijk proces en uitkomst is.


Wat komen gaat weten we niet, maar in vertrouwen zie ik voldoende perspectief.

Aankomende week ontmoet Jong GENERO elkaar weer. Een diverse groep! We gaan verder waar we waren gebleven voor de zomer: kennis en zowel inhoudelijke als ludieke ideetjes delen vanuit onze leef- en werkervaring over de zorg en ondersteuning voor ouderen. Zodra er wat concreet wordt, communiceer ik dit graag aan je. Ben jij al bezig om wat plannetjes te maken voor uitstapjes, culturele bezoekjes of verkenningstochten?

Zelfreflectie. Ik kondigde aan om verwonderingen met je te delen. Die zijn wellicht verpakt in een ietwat scherpere brief dan normaal. Misschien omdat ik onze briefwisseling ook wel gebruik om te reflecteren aan de vooravond van een nieuw academisch jaar. Wat komen gaat weten we niet, maar in vertrouwen zie ik voldoende perspectief. Na het schrijven van deze brief besef ik het des te meer: we leven in een bijzondere tijd. Ik kijk uit naar je reactie.

Hartelijke groet,

Oemar

255 keer bekeken

+31627881403

©2019 by Geriatrisch Netwerk Rotterdam.